Flashback 10, dat is schrikken!

15 Sep

dinsdag 11 mei 2004
Ik ben in het van Weel-Bethesda ziekenhuis voor het laten maken van een z.g. skelet status foto. De röntgen laborant komt me in de wachtruimte ophalen en blijkt een aardige jonge vent. Ik kleed me in het kleedhokje uit tot op mijn kunstgebit en wacht totdat de jongeman me komt halen. Als hij aan de gang gaat met het maken van de serie foto’s, waarbij hij mij in allerlei poses trekt en duwt om de zaken die je normaal gesproken nooit ziet, maar zo goed mogelijk op de gevoelige plaat wil vast te leggen, begin ik een praatje over wat hem kennelijk het meest boeit; zijn vak.
Hij straalt duidelijk uit dat hij daar trots op is en legt me enthousiast uit wat het verschil is tussen de analoge techniek van het maken van röntgen foto’s en de digitale techniek die er volgens zijn zeggen op korte termijn aankomt. Als computerfreak en bekent met digitale fotografie is het voor mij niet moeilijk om vragen te stellen en opmerkingen te maken die hem prikkelen om nog meer van zijn kennis te spuien.
Als hij bijna klaar is met het maken van de opnames deelt hij terloops mee dat er op de foto’s volgens hem geen afwijkingen te zien zijn.
Ik had eerlijk gezegd ook niet anders verwacht maar toch kleed ik me opgelucht aan en loop de gang op.
Op dat moment komt mijn nieuw verworven “röntgen vriend” een deur uit en spreekt mij met een wit vertrokken gezicht aan.

Ik vind het vervelend, zegt hij, maar ik moet u toch zeggen dat ik op de schedel “iets gezien heb”?!
Hij ziet het kennelijk als zijn taak om mij dat mee te delen. In hoeverre zoiets ernstig zou kunnen zijn kan hij niet zeggen maar hij vindt het toch belangrijk om mij dat nog even te melden.

Verrast en duidelijk niet wetend wat ik terug moet zeggen loop ik verder, pak mijn fiets die buiten naast de hoofdingang van de poli staat en rijd met een hoofd vol gedachten naar huis.

Ik realiseer me dat nu sprake is van een paar dilemma’s; had mijn “vriend” dit mogen zeggen, had ik dit nu al willen weten, wat vertel ik thuis tegen Ria, de kinderen, familie en op de zaak. Alle directe omstanders weten inmiddels wel dat een afwijking op het skelet betekent dat de behandeling, dus stamcel transplantatie, in gang gezet zal gaan worden.

Thuis gekomen vertel ik Ria het verhaal en we slaan vervolgens aan het filosoferen over, wat zoal de gevolgen kunnen zijn wanneer eventueel later bij het bezoek aan de internist blijkt dat er werkelijk sprake is van een afwijking op het skelet.
We besluiten om voorlopig niets tegen de kinderen en familie te zeggen totdat meer duidelijk wordt wat er aan hand is.

Jan-Jaap is bezig met afstuderen en moet binnenkort een proefles geven aan een school in Vlaardingen, Chantal en Simone hebben ook zo hun dagelijkse beslommeringen en het lijkt ons niet goed om ze nu al hiermee lastig te vallen.

dinsdag 18 mei 2004
We zijn op de fiets onderweg naar het ziekenhuis en zijn nerveus en gespannen. In de afgelopen week hebben we alle mogelijkheden en opties besproken en hebben vastgesteld dat het starten van een behandeling niet zonder meer door ons geaccepteerd zal worden.

We worden door de dokter geroepen en lopen met een sterk “oh jé” gevoel haar spreekkamer in.
Onwetend van onze ongerustheid verteld ze ons monter dat er op geen enkele foto een afwijking te zien is behalve “iets op de schedel”.
Ria en ik kijken elkaar aan en er valt een ongelofelijk grote last van onze schouders.
Opgelucht vertel ik wat de röntgenlaborant heeft gezegd en dat we hierdoor een heel spannende week hebben beleeft.

Als ik goed naar de dokter kijk zie ik een beetje stoom uit haar oren komen.

Ze legt uit dat er echt niets te zien is behalve een z.g. …….. sclerose op de schedel.
Voor alle duidelijkheid; een sclerose is een plaatselijke verharding of verkalking van het bot.
Verder verklaard ze dat de laborant buiten z’n boekje is gegaan. Zelfs een radioloog, dus de baas van de röntgenlaborant, mag geen uitspraken naar patiënten doen omdat de persoonlijke benadering naar een patiënt de verantwoordelijkheid van de behandelend arts is.

Aangezien de diverse bepalingen van het bloed nog stabiel blijken wordt een vervolg afspraak gemaakt voor de volgende controle op 24 augustus 2004.

Als we naar huis fietsen lijkt het alsof de wind een stuk is gaan liggen, het weer veel beter is dan een half uur geleden en de fietsen goed gesmeerd zijn en heel licht trappen.

Wat kunnen spanningen en zorgen veel doen met een mensenlichaam!

Thuisgekomen bel ik o.a. Simone om de uitslag door te geven en vertel haar waar wij de afgelopen week zo over in hebben gezeten.
Ik vertel van de afwijking op m’n schedel die is geconstateerd maar gelukkig niet veel voorsteld.
Wanneer ik uitgepraat ben zegt Simone; heb jij lang geleden niet een auto ongeluk gehad waarbij je met je hoofd ergens tegen aan geslagen bent?

Op dat moment valt het kwartje en wordt er in één keer veel duidelijk.

Hadden we een week geleden toch maar de kinderen verteld wat de reden voor onze bezorgdheid was want we hadden die relativerende conclusie goed kunnen gebruiken.

Ongeveer 30 jaar geleden heb ik een aanrijding gehad waarbij ik met de linkerkant van mijn schedel ter hoogte van de slaap tegen het linker portier ben geklapt met het gevolg; een zware hersenschudding.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: