Archive | October, 2005

Flashback 14, "De Daniel" een begrip…

31 Oct

donderdag 7 oktober 2004

“De Daniel” een begrip vol tegenstellingen.

Vandaag is de afspraak in de Daniel den Hoed kliniek in Rotterdam.
Terwijl ik deze zin schrijf realiseer ik me hoe beladen zoiets klinkt. De Daniel den Hoed dat betekent ziek zijn…….., onzekerheid of juist wel zekerheid….., verdriet……., pijn…….., kanker.

Ik heb een brief bij me van de internist-hematoloog van het van Weel-Bethesda ziekenhuis in Dirksland waarin zinnen staan zoals;
“Relevante diagnosen: Morbus Kahler IgG kappa gediagnosticeerd in stadium la medio 2002. Bij overname van de controles uit het Ikazia Ziekenhuis geprogredieerd tot stadium la.”,
“Anamnese: het gaat de laatste maanden duidelijk minder met patiënt. Hij voelt zich zieker en heeft weinig macht. Toenemende pijnklachten in ribben en wervelkolom”,
“Wervelkolom midthoracaal gevoelig”,
“MRI thoracale wervelkolom: enkele kleine haarden in meerdere thoracale corpora, geen wervelinzakkingen”.

Ondanks de medische terminologie laat dit dus niets aan de verbeelding over.

We zijn gespannen maar ook nieuwsgierig.

Wanneer we bij het ziekenhuis aan de Groene Hilledijk in Rotterdam-Zuid aankomen gaan we moeizaam op zoek naar een parkeerplaatsje. De infrastructuur om het ziekenhuis is onoverzichtelijk en chaotisch. Aanvankelijk blijkt niet eens duidelijk waar nu eigenlijk de ingang van de polikliniek is omdat het eigenlijke ziekenhuis wat naar achteren gebouwd is en een eigen ingang heeft.
Het geheel is een typische jaren ’70 architectuur met veel beton en aftimmeringen van Trespa, het boardmateriaal wat in een stedelijke omgeving zo snel verraadt hoe groot de vervuiling van de lucht is. Wat eens mooi strak en wit was is nu grauw en grijs.

De polikliniek blijkt vanaf de buitenkant een verzameling tegen elkaar gebouwde kubussen te zijn en de ingang is wat verwarrend want zodra je door de schuifdeuren naar binnen gaat kun je een trap af naar beneden maar ook via een trap naar boven.
We gaan de trap op en komen via een ruimte gevuld met tafels en stoelen wat later het restaurant blijkt te zijn in de centrale hal waar we ons bij de receptie melden.
We worden te woord gestaan door een vriendelijke mevrouw die ons verteld wat de procedure is om ons in te schrijven. Vervolgens wachten we tot iemand ons komt halen.

In een kamertje wordt een z.g. psycho-anamnese ingevuld en een foto van mij genomen.
Altijd makkelijk bedenk ik me, wanneer er over je gesproken wordt en aan je status zit een fotootje van de persoon over wie het gaat, dan ben je meteen geen nummer meer, niet langer anoniem maar een persoon met een gezicht.

Nadat de formaliteiten zijn afgehandeld worden we doorverwezen naar de balie van poli 2/3. Nadat we ons hier hebben aangemeld wordt ons verzocht in de wachtruimte te wachten tot we door de dokter worden gehaald.
We zijn vroeg genoeg en hebben zo de tijd om eens het één en ander op ons in te laten werken.

Het geheel van de polikliniek komt wat rommelig over maar er komt toch een bepaald gevoel van gezelligheid en warmte over je wanneer je de atmosfeer op je in laat werken. Het geheel komt huiselijk over en niet zoals voor ziekenhuizen geldt, koud en klinisch.
Iedereen is ook vriendelijk en behulpzaam en heeft schijnbaar alle tijd. Er heerst een gevoel van begrip voor al die mensen die vaak ernstig ziek zijn, waarbij letterlijk de wereld op z’n kop staat en die elk woord of gebaar proberen te vertalen naar een stukje hoop.

Verder valt het op dat elke patiënt wel begeleiding van familie of kennissen heeft.
Zoals de dokter in het Ikazia al zei in het “slecht nieuws gesprek” in mei 2002; je moet dit niet alleen doen!

Het is vaak niet moeilijk om te herkennen wie in een groepje mensen de patiënt is. De aandacht en de blikken naar die ene persoon, de drang om het lijdend voorwerp uit te leggen wat er gebeurd, wat er gedacht wordt, geruststelling… de patiënt blijkt meestal het middelpunt.

In de wachtruimte staan een paar computers waarop ge-internet kan worden.
Mensen die binnenkomen en gaan zitten springen vaak weer direct op als ze het beeldscherm zien en proberen even wat toetsaanslagen of klikken met de muis. Toch iets bekends, iets wat ze thuis ook hebben en waar ze de weg op weten te vinden, de uitweg naar buiten de wijde wereld in, weg van dit gebouw en die nare zaken.

Achter één van de PC’s zit, duidelijk, een vader met een kindje van een jaar of twee op schoot. Ze doen een spelletje waarbij de namen van dieren geraden moeten worden en kennelijk is het niet de eerste keer dat het kindje dit ziet want ze weet voordat er iets op het beeldscherm verschijnt al duidelijk aan te geven wat het volgende dier is alleen, als je twee jaar bent, zijn de namen en hoe je ze uitspreekt nog wel eens verwarrend. Het heldere stemmetje hoor je steeds boven het geroezemoes van de wachtruimte uit en het is vermakelijk om te volgen hoe ze op gaat in het spel.

Gedecideerd komt een mevrouw de wachtruimte inlopen, kijkt zoekend rond, stevent op de balie af en meldt resoluut dat mevrouw, haar moeder is gearriveerd. Even later verschijnt een mevrouw gezeten in een rolstoel en geduwd door, wat kennelijk ook een dochter is. Dan volgt een man die een zoon moet zijn en rondkijkt met een gezicht wat bezorgdheid verraad.
De rolstoel met de moeder wordt zo gemanoeuvreerd dat ze met z’n drie-en om haar heen kunnen zitten. Ze beginnen een geanimeerd gesprek over het grijze hoofd van mams heen en mams kijkt berustend naar haar kinderen en sluit haar ogen alsof ze gaat slapen.
Ze geeft het over.
Haar kinderen zijn erbij en die regelen het allemaal en zij weet wel wat er echt aan de hand is, dat weet ze allang maar haar kinderen proberen het elkaar nog maar eens uit te leggen.
En mams…….., ze rust………., berust.
Je ziet in haar gezicht wat duidelijk getekend is door de ziekte, waarvan de kinderen hopen dat die er niet is of dat het wel meevalt, een heel leven en de berusting dat het niet lang meer zal duren.

Op een goed moment komt onze dokter de wachtruimte binnen en vraagt ons mee te gaan. Het is een aardige jonge vent die internist-hematoloog voor zijn naam en i.o. achter zijn naam heeft staan. Na wat raden blijkt dat i.o. “in opleiding” betekend.

Bij binnenkomst in de spreekkamer deelt de dokter meteen mee dat op basis van de MRI-scan vastgesteld is dat ik in stadium 2a zit en er formeel dus behandeld moet gaan worden.
Hiermee neemt hij dus de conclusie van de dokter in het van Weel-Bethesda ziekenhuis over en dat hadden we niet zo snel verwacht. Over de mededeling discussiëren we wat en vervolgens vult de dokter een uitgebreide vragenlijst in en onderzoekt mij lichamelijk.
Volgens de dokter wijzen de afwijkingen op de MRI-scan wel op Kahler maar is dit niet altijd 100% zeker.

Betreffende mijn vraag over de belangrijkheid van het percentage plasmacellen en het ontbreken van gegevens hierover wordt bevestigd dat dit belangrijk is en niet alleen voor de uiteindelijke prognose. Dit is in tegenstelling op wat de dokter in Dirksland ons toevoegde.
Er wordt nu besloten om precies te bepalen wat de stand van zaken van de ziekte op dit moment is, om alle bepalingen nog eens te doen, dus op korte termijn 24-uurs urine verzamelen, maandagmorgen 24 uurs urine afgeven, bloedprikken voor een groot aantal bepalingen en om 9.00 uur melden bij poli 2/3 voor een beenmergpunctie.
Voor maandag 18 oktober 2004 wordt een afspraak gemaakt voor een skelet status foto en donderdag 21 oktober is er een afspraak met de dokter i.o. voor de uitslag van alle bepalingen.

Het middel erger dan de kwaal?

31 Oct

maandag 31 oktober 2005
Nu we een kleine week verder zijn moet ik toch de conclusie trekken dat er geen sprake is van een griepje. Waarschijnlijk was de veronderstelling onder het motto; de wens is de vader van de gedachte?!

Na lang twijfelen ben ik vrijdag jl. toch overgegaan tot het nemen van een hogere dosis Tramadol als pijnstiller.
Een half uur na het innemen van de extra tablet bleek de botpijn al zodanig minder dat het weer redelijk te doen was.

De volgende morgen bleek toch sprake te zijn van de bekende bijwerkingen voor opiaten zoals sufheid, duizeligheid en misselijkheid dus kortom; het gevoel dat ik een zombie ben en dat is nu op dit moment nog het geval. Verder voel ik me moe en ben ik slaperig.
Toen ik begon met het middel Tramadol, nu ongeveer een half jaar geleden had ik dezelfde verschijnselen en dat heeft toen een weekje geduurd dus ik hoop maar dat dat nu weer het geval is.

Verder heb ik veel last van pijn in de onderkaak en opgezwollen slijmvlies in de mond.
Dit zijn dan weer bekende bijwerkingen als gevolg van langdurig innemen van bisfosfonaten dus het middel Ostac wat preventief werkt tegen botafbraak.

Alles bij elkaar gaat het dus op dit moment nog niet naar wens maar hopelijk knapt het de komende week weer wat op.

Een griepje…. ik denk van wel.

26 Oct

woensdag 26 oktober 2005
Ik heb me vanmorgen ziek gemeld voor mijn werk want ik heb de laatste dagen, zoals wel vaker veel hoofdpijn, sinds vorige week vrijdag te veel botpijn en ik voel me gewoon niet goed en grieperig, kortom een algemeen gevoel van malaise.
We gaan eerst maar eens een paar dagen aankijken of het wat opknapt wanneer ik me rustig houd.
Tenslotte zijn er veel mensen met griepverschijnselen dus het gaat wel weer over.
Het is trouwens na de eerste weken van dit jaar voor het eerst dat ik me weer volledig ziek gemeld heb.

Maandag 7 november as. moet ik naar het Ikazia ziekenhuis voor het maken van een skeletstatusfoto en om bloed te laten prikken en woensdag 16 november 2005 om 10.00 uur gaan we dan weer voor de uitslag naar Rotterdam.
Gezien het vorige bericht in deze categorie erg spannend!

Nog een nieuwtje:
Simone heeft een echt huis toegewezen gekregen in de Marijkelaan hier in Dirksland. De tweeling wil allang weg van hun respectievelijke appartementjes waar ze nu wonen en willen een normaal huis met een tuintje voor en een tuintje achter en dat is nu voor Simone gelukt.
Chantal zal binnenkort ook wel aan de beurt komen maar als het even kan niet tegelijkertijd. Dat hebben we trouwens al gezegd bij de WBV Dirksland.

De Marijkelaan is een straat die parallel loopt aan de Diederik van Zierikzeelaan en dan één straat dichter naar het centrum van Dirksland. Het is een heel brede straat en de woning ziet er goed uit. Er heeft een oude vrouw gewoond en haar schoonzoon heeft altijd alles goed bijgehouden dus de tuin achter ligt er ook netjes bij.
Wel brengt de WBV Dirksland er nog centrale verwarming in aan en komende zomer worden de houten kozijnen vervangen door kunststof.
De WC en de douche zien er prima uit en er zijn door het hele huis vaste kasten, op de overloop boven zelfs een kast van 1 bij 1 meter!

Wat we nu nog moeten doen is alle posten en deuren verven en verder overal behangen en de keuken moet worden gewit want daar hing een geiser zonder rookgasafvoer dus dat is wel te zien.
Waarschijnlijk krijgt ze in de 2de week van november de sleutel.

Flashback 13, De uitslag

23 Oct

woensdag 22 september 2004
We zijn voor het spreekuur van Dr. Dullemond in het van Weel-Bethesda ziekenhuis en zullen de uitslag van de MRI-scan krijgen. De zenuwen spelen al een aantal dagen behoorlijk op want wanneer uitkomt wat mevrouw verwacht dan zijn we het komend jaar wel onder de pannen en dan geen pannen van ons woonhuis maar pannen van het ziekenhuis.

Als we in de spreekkamer zitten valt ze zoals gebruikelijk gelijk met de deur in huis en verteld dat is gebleken dat er veel kleine afwijkingen op de wervelkolom te zien zijn maar dat de mate van afwijkingen niet zodanig is dat op dit moment tot bestraling van de wervelkolom zal worden overgegaan.
Het middel zou dan erger zijn dan de kwaal.

De geconstateerde afwijkingen in het bot van de wervelkolom worden wel gezien als de oorzaak van de pijnklachten en er kan volgens de internist worden aangenomen dat de pijnklachten in de rest van het skelet worden veroorzaakt door soortgelijke afwijkingen zoals met de MRI-scan zijn geconstateerd.

Daarna wordt door “mijn eigen internist-hematoloog” dus specialist op het gebied van hematologische ziekten voorgesteld om intensieve behandeling te starten d.w.z. behandeling met zware chemo waardoor een beenmergtransplantatie noodzakelijk wordt. Hiervoor vindt as. maandag 27 september 2004 een gesprek plaats tussen mijn internist-hematoloog en specialisten van de Daniel den Hoed kliniek. Dinsdag krijg ik van dat gesprek telefonisch de uitslag meegedeeld en volgt waarschijnlijk een afspraak voor een gesprek tussen ons en een hematoloog van de Daniel den Hoed kliniek.

We zijn beduusd van deze zakelijk gebrachte mededeling en zitten gelijk vol vragen.

Het gesprek met Dr. Dullemond verloopt dan ook verder moeizaam. Ze voelt zich regelmatig door ons aangevallen of legt mijn woorden verkeerd uit.
Ik vraag dus hoe dat dan zou gaan en daarvan zegt ze resoluut dat ze het daar nog niet over wil hebben.

Zij spreekt over een beenmergtransplantatie terwijl er normaal altijd over een stamceltransplantatie wordt gesproken.
Ik bedoel alleen, en dat zegt Ria ook nog, of er sprake zal zijn van beenmerg aftappen of stamcellen oogsten en het laatste was het geval.
Verder heeft ze het over het toepassen van een studie en dat zal dan volgens haar volgens HOVON 50 zijn. Ze zegt dat ze patiënten informatie mee zal geven.
Ik vertel dat ik al informatie van de website op internet bestudeerd heb maar volgens haar was dat verouderde informatie!? Wanneer je een beetje ervaring met internet hebt weet je dat informatie van internet altijd up to date is omdat het niet veel kost om te wijzigen of aan te passen terwijl informatie via b.v. brochures altijd veel tijd en geld kost.

Verder is er een discussie over het percentage plasmacellen wat bij mij verkeerd zou zijn. Na de eerste beenmergpunctie in het Ikazia ziekenhuis is dit percentage nooit aan ons meegedeeld ook niet na herhaaldelijk vragen hier naar.
Volgens haar is het ook niet belangrijk om het exacte percentage te weten. Belangrijk is dat het met de VAD-kuren, dus chemo voldoende wordt terug gebracht.

Als ik dan logisch redeneer dan kom ik alleen tot de conclusie dat ze uit haar nek…… praat want als meet- en regelman weet ik uit ervaring dat je iets wilt verbeteren eerst zult moeten meten “waar je staat” dan actie ondernemen en vervolgens weer meten om te zien “waar je terecht bent gekomen” dus wat het resultaat is.

Ze legt verder uit dat er in alle gevallen eerst een gesprek plaatsvindt met een hematoloog in de Daniel den Hoed kliniek maar dat de behandeling grotendeels in het van Weel-Bethesda ziekenhuis in Dirksland plaats zal vinden, alleen het stamcellen oogsten en terugplaatsen gebeurd in de Daniël den Hoed kliniek. Het evt. gesprek met een hematoloog van de Daniel zal vrij snel dus binnen één à twee weken plaats kunnen vinden. Wanneer dit gesprek uiteindelijk uitmondt in een voorstel voor behandeling dan vindt de aanvang hiervan ook plaats binnen een aantal maanden.

Mijn vraag hierover in wat voor tijdsbestekken ik moet denken voor e.e.a. definitief in gang is gezet mocht er sprake zijn van behandeling wordt ook weer helemaal verkeerd begrepen want zij denkt dat ik bedoel dat ik het voor mezelf allemaal zo snel mogelijk wil en vindt het nodig om te gaan uitleggen dat er in de Daniel meer patiënten zijn die allemaal aandacht nodig hebben, alsof wij dat niet begrijpen.
Dat wij in de hectiek van het moment een beeld proberen te vormen van wat ons te wachten staat en dat daar ook een voorstelling van het tijdsbestek bij hoort begrijpt ze kennelijk weer niet.

Ria is behoorlijk ontdaan en heeft tot nu toe kennelijk steeds de gedachte gehad dat het allemaal wel mee zou vallen en dat ik nog lange tijd stabiel in stadium 1a zou blijven.
Eigenlijk is dat ook zo want de waardes in bloed en urine zijn nog steeds stabiel. Dit laatste zou m.i. kunnen betekenen dat in de Daniel den Hoed kliniek wordt besloten om toch nog maar af te wachten. Dat houdt in dat de mening van Dr. Dullemond wordt overruled en het is de vraag of ze dat in Rotterdam zullen doen.
Het kan ook zijn dat er eens gekeken wordt wat het betekend wanneer een patiënt in een vroeger stadium intensief wordt behandeld.

Allemaal overwegingen waarmee proberen het geheel een beetje een plaatsje te geven maar het is en blijft een erg onzekere situatie waarvan we in ieder geval erg nerveus worden.

Flashback 12, een aparte ervaring (vervolg).

7 Oct

We lopen zwijgend door de gang richting keuken waar ik de uitgang vermoed die leidt naar de truck die ik eerder al buiten had zien staan.
Via het trapje aangekomen in de oplegger komen we eerst in een enge smalle ruimte die vol staat met apparatuur, een klein bureau, een stoel en een groot beeldscherm. We gaan door een heel smal deurtje de ruimte in waar de eigenlijke MRI-scan apparatuur staat opgesteld.

De mijnheer verzoekt mij om mijn jas uit te doen en op een smalle tafel, zeg maar een brede plank te gaan liggen. De tafel steekt al gedeeltelijke in een groot ringvormig toestel. Hij verteld me, terwijl ik al gereed lig, met een emotieloze stem die verveling en desinteresse verraad, dat er een MRI-scan van mijn wervelkolom gemaakt gaat worden, dat dit een half uur duurt en dat ik in die tijd zo stil mogelijk moet liggen omdat het anders wel eens twee maal een half uur kan gaan duren.

Ik krijg een koptelefoon op maar die dient volgens de man ter voorkoming van gehoorschade als gevolg van lawaai wat de apparatuur veroorzaakt en verder om eventueel via een microfooniets aan mij mee te delen. Verder krijg ik in mijn hand een houdertje met een drukknop waarmee ik, wanneer het niet goed zou gaan, ik dat kenbaar kan maken. Ik maak nog aanstalten om te zeggen dat ik een CD bij me heb maar slik mijn woorden in als de man al direct achter het deurtje verdwenen is.

Wat er daarna gebeurt gaat volledig automatisch.
Ik schuif met plank en al een nauwe buis in en kom er tot mijn schrik achter dat ik me nog nauwelijks kan bewegen. Ik lig letterlijk klem met mijn armen tegen m’n lijf en met de wand van de buis een paar centimeter van mijn neus af. Ik probeer een gevoel van paniek te onderdrukken en vraag me vertwijfeld af hoe ik dit een half uur moet volhouden.

Ik weet dat ik nooit claustrofobisch (angst voor enge ruimtes) ben geweest, heb tenslotte vroeger al heel vaak voor mijn werk in kleine ruimtes onder vloeren gelegen maar dit gecombineerd met het aanzwellende lawaai valt toch wel tegen.

Ik doe mijn ogen dicht, probeer zo veel mogelijk mezelf te ontspannen en aan prettige dingen te denken; de vakantie van het voorjaar naar de Côte d’ Azur, de weldadige warmte, het prachtige licht, de zee die werkelijk zo blauw bleek als op de foto’s in de vakantieboeken, de rood-bruine rotsen langs de kustlijn, de mooie fijne sfeer van het Mediterrane, ‘s avonds laat de rust van het dorpspleintje in Le Canet, het heerlijk ontspannen zwemmen in het zwembad op het dakterras van het hotel nadat we een dag lang hadden genoten van allerlei bezienswaardigheden, de zangeres die als een reïncarnatie van Edith Piaf ‘s avonds in het hotel optrad en even onzeker en ongelukkig leek als de vrouw die ze imiteerde maar net zo goed ook over een formidabel stemgeluid bleek te beschikken, dit alles gaat door mijn gedachten en naarmate de tijd verstrijkt voel ik me rustiger worden.

Terwijl ik mijn gedachten de vrije loop laat gaan zwelt het zoemende, ratelende en brommende geluid beurtelings af- en aan. Gelukkig kan ik vanuit mijn vak en wat ik op internet gelezen heb een beetje voorstellen wat er om me heen in het apparaat gebeurd.
Het in een bepaalde frequentie in- uitschakelen van gigantisch grote elektrische spoelen die magnetisme opwekken in grote ringvormige ijzeren kernen; dat is wat er gebeurd.
En die grote ringvormige ijzeren kernen, daar wordt ik letterlijk door omringt en de magnetische stroom die opgewekt wordt gaat door mijn lichaam heen.

Ik denk onwillekeurig aan vroeger toen ik op school moest leren wat magnetische versterkers waren en hoe ze werkten. Nu ervaar- hoor- en voel ik wat ik toen geleerd heb.

Toen was het leuk, mooi en interessant en nu is het alleen vervelend en akelig.

Ik heb geen notie van tijd.

Hoe lang lig ik nu al zo?

Lig ik stil genoeg?

Ik tracht aan de hand van hetgeen ik hoor te raden hoe ver het proces is maar dat lukt niet echt.

Plotseling stopt het lawaai en een paar seconden later hoor ik het schuifdeurtje open gaan. Terwijl ik nog in mijn oncomfortabele houding op de plank lig hoor ik een stem die zegt; “u bent klaar”.

Ik ga zitten en raak wat duizelig kennelijk doordat mijn bloed plotseling weer kan stromen zoals het hoort.

“Vergeet uw jas niet” zegt de man en verdwijnt weer naar de voorruimte.
Als ik mijn jas aangetrokken heb en door het schuifdeurtje de voorruimte in ga zit hij achter het bureautje en kijkt volledig gebiologeerd naar het beeldscherm voor zijn neus. Zonder op te kijken voegt hij me toe; “je weet wel waar je heen moet hè?” en laat me verder aan mijn lot over.
Het blijkt kennelijk niet nodig om b.v. te zeggen dat ik het goed gedaan heb.

Verward stap ik naar buiten en terwijl ik buiten op het trapje sta snuif ik mijn longen vol frisse lucht.
Als ik langs het gebouw naar mijn fiets loop vraag ik me af hoe oudere mensen die angstig en onzeker zijn en totaal niet weten wat er met ze gebeurd dit zouden ervaren.
Waarom vond de man het niet nodig om te vragen of ik muziek bij me had of om af- en toe via de koptelefoon te vragen hoe het ging of te melden hoe lang het nog zou duren!?

Op deze vragen zal ik geen antwoord krijgen maar de ervaring zal ik nooit vergeten.

Vanuit een web-log doorlinken naar een website

7 Oct

Misschien voor veel mensen een open deur maar voor diegene die nog niet zo veel ervaring met Internet hebben het volgende:

Wanneer er in de tekst op Internet b.v. in een web-log zoals deze een woord onderstreept is dan betekend dit in 99% van de gevallen dat het een link is naar een website waarmee het betreffende woord een relatie heeft.

Een voorbeeldje:
Ik vertrek morgen vanaf Schiphol met een vliegtuig van Martinair naar Heathrow, een vliegveld vlakbij Londen.

Ga maar in de vorige zin met je cursor (het pijltje) over het woord Schiphol, het pijltje wordt een handje, en klik één keer. De PC gaat nu “pruttelen” en vervolgens zie je de website van Schiphol op je scherm verschijnen.
Dit geldt vervolgens ook voor de woorden Martinair, Heathrow en Londen.

Flashback 12, een aparte ervaring.

7 Oct

dinsdag 14 september 2004
De telefoon gaat. Het is de secretaresse van de röntgenafdeling van het van Weel-Bethesda ziekenhuis met de mededeling dat er op donderdag 16 september ’04 om 15.30 uur een MRI-scan voor mij gepland is en of ik me maar 10 minuten eerder wil melden om een vragenlijst in te vullen. Verder deelt ze met een verongelijkte toon in haar stem mee dat ze al een week eerder gebeld had maar dat er toen niet opgenomen werd.
Kennelijk waren we toen niet thuis.

donderdag 16 september 2004
Het is mooi nazomer weer, een beetje zonnig en weinig wind en een temperatuur van een graadje of 20, echt “niets aan de hand weer”.

De pijn die vrijwel continu aanwezig is lijkt vandaag wat minder dan gewoonlijk alleen wat botpijn in het rechter scheenbeen.
Vanmiddag is de MRI-scan in het van Weel-Bethesda ziekenhuis in Dirksland gepland. Omdat de röntgenafdeling zelf nog niet over dergelijke geavanceerde apparatuur beschikt komt er één dag per 2 weken een grote truck met oplegger op het terrein bij het ziekenhuis waarin zo’n apparaat staat opgesteld.

Ik breek mijn hoofd over de keuze van een muziek CD omdat ik wel eens gehoord had dat in verband met het lawaai wat een MRI-scan produceert het fijn is dat je muziek via een koptelefoon kan luisteren om wat afleiding te hebben. Mijn keuze valt op een CD van Bløf omdat het melodische muziek is gecombineerd met een stevig ritme, althans dat geldt voor een aantal nummers. Verder trek ik kleding aan wat een beetje gemakkelijk zit en waar geen metalen sluitingen aan zitten. Voor dit doel hadden we al een joggingbroek gekocht; altijd makkelijk ook voor later wanneer ik eens opgenomen moet worden. Regeren is vooruit zien, toch?
Ik ben er altijd weer verbaasd over wanneer ik bijvoorbeeld in het Ikazia ziekenhuis kom dat mensen zonder enige schaamte in hun pyjama door de centrale hal heen lopen terwijl ze thuis er niet over zouden denken om in hun nachtkleding de straat op te gaan.

Maar ik dwaal af!

Fietsend vanuit het dorp via de oude hoofdingang van het ziekenhuis kom ik ter hoogte van de keuken langs de plaats waar de truck staat opgesteld; een groot wit gevaarte met aan de zijkant een aluminium trap die leidt naar de toegangsdeur. Ik probeer me een voorstelling te maken van, hoe het er daar binnen uit ziet. Al wordt in het algemeen beweerd dat het meemaken van een MRI-scan niet belastend is maakt het onbekende toch dat ik een bepaalde spanning en nervositeit voel.
Aangekomen bij de hoofdingang van de poli stal ik mijn fiets en loop via de hal een gang door naar de receptie van de röntgenafdeling. Nadat ik me gemeld heb krijg ik een vragenlijst die ik in moet vullen en moet ondertekenen. Het houdt in dat ik verklaar kennisgenomen te hebben van het feit dat ik geen metalen delen op- of in mijn lichaam heb omdat dit de werking van het apparaat kan beïnvloeden. Waarom dat is wordt niet uitgelegd maar omdat ik me al een beetje verdiept heb in het principe en de werking van een MRI-scan weet ik dat er sprake is van bijzonder grote wisselende magnetische velden. Ik moet onwillekeurig denken aan vroeger wanneer we een fietsdynamo uit elkaar hadden gehaald om die leuke magneet eruit te halen waarmee je zulke leuke trucjes kon doen, dat op een bepaald moment, wanneer je het ding bij je horloge had gehouden, dat het klokje er spontaan mee ophield. Vandaar dat ik met die wetenschap thuis mijn horloge al had afgedaan.

Maar ik dwaal af!

Na de formaliteit die, realiseer ik me, wanneer je daar geen goede notie van genomen hebt, grote gevolgen kan hebben, word ik verzocht om aan het eind van de gang links door de klapdeuren op een stoel plaats te nemen en dan zou ik daar opgehaald worden.
“Door de klapdeuren” blijkt uit te komen in een hal waarop een aantal gangen uitkomt en waar zich het trappenhuis en een lift bevinden. Er komt hier van alles langs; personeel, patiënten, elektrische karretjes met wasgoed, noem maar op, zeg maar letterlijk het hart van het ziekenhuis.
Mensen kijken elkaar nieuwsgierig aan met een blik van; “waerom bin joe hier?” of “wat zou d’r an sgille”. Het ontbreekt er nog maar aan dat ze het niet vragen alhoewel dat ook wel voorkomt maar kennelijk is mijn blik zo afstandelijk dat dit mij niet gebeurd. Wanneer dit bij mede patiënten wel gebeurd dan volgt meestal in plat Flakkees en op luide toon of keihard gefluister een hele verhandeling over het ziektebeeld met alle ins- en outs en eigen gevolgtrekkingen. Mijn eigen conclusie voor dergelijk gedrag, wat ik overigens alleen in het ziekenhuis in Dirksland heb waargenomen, is dat men in ieder geval aandacht ervaart en men bij thuiskomst een smeuïg verhaal te vertellen heeft.

Maar ik dwaal af!

Er komt door de gang een mijnheer aangelopen die mijn naam roept. Hij kijkt me met een vlakke blik aan en verzoekt me met hem mee te gaan.

(zie verder Flashback 12, een aparte ervaring (vervolg).