Flashback 12, een aparte ervaring.

7 Oct

dinsdag 14 september 2004
De telefoon gaat. Het is de secretaresse van de röntgenafdeling van het van Weel-Bethesda ziekenhuis met de mededeling dat er op donderdag 16 september ’04 om 15.30 uur een MRI-scan voor mij gepland is en of ik me maar 10 minuten eerder wil melden om een vragenlijst in te vullen. Verder deelt ze met een verongelijkte toon in haar stem mee dat ze al een week eerder gebeld had maar dat er toen niet opgenomen werd.
Kennelijk waren we toen niet thuis.

donderdag 16 september 2004
Het is mooi nazomer weer, een beetje zonnig en weinig wind en een temperatuur van een graadje of 20, echt “niets aan de hand weer”.

De pijn die vrijwel continu aanwezig is lijkt vandaag wat minder dan gewoonlijk alleen wat botpijn in het rechter scheenbeen.
Vanmiddag is de MRI-scan in het van Weel-Bethesda ziekenhuis in Dirksland gepland. Omdat de röntgenafdeling zelf nog niet over dergelijke geavanceerde apparatuur beschikt komt er één dag per 2 weken een grote truck met oplegger op het terrein bij het ziekenhuis waarin zo’n apparaat staat opgesteld.

Ik breek mijn hoofd over de keuze van een muziek CD omdat ik wel eens gehoord had dat in verband met het lawaai wat een MRI-scan produceert het fijn is dat je muziek via een koptelefoon kan luisteren om wat afleiding te hebben. Mijn keuze valt op een CD van Bløf omdat het melodische muziek is gecombineerd met een stevig ritme, althans dat geldt voor een aantal nummers. Verder trek ik kleding aan wat een beetje gemakkelijk zit en waar geen metalen sluitingen aan zitten. Voor dit doel hadden we al een joggingbroek gekocht; altijd makkelijk ook voor later wanneer ik eens opgenomen moet worden. Regeren is vooruit zien, toch?
Ik ben er altijd weer verbaasd over wanneer ik bijvoorbeeld in het Ikazia ziekenhuis kom dat mensen zonder enige schaamte in hun pyjama door de centrale hal heen lopen terwijl ze thuis er niet over zouden denken om in hun nachtkleding de straat op te gaan.

Maar ik dwaal af!

Fietsend vanuit het dorp via de oude hoofdingang van het ziekenhuis kom ik ter hoogte van de keuken langs de plaats waar de truck staat opgesteld; een groot wit gevaarte met aan de zijkant een aluminium trap die leidt naar de toegangsdeur. Ik probeer me een voorstelling te maken van, hoe het er daar binnen uit ziet. Al wordt in het algemeen beweerd dat het meemaken van een MRI-scan niet belastend is maakt het onbekende toch dat ik een bepaalde spanning en nervositeit voel.
Aangekomen bij de hoofdingang van de poli stal ik mijn fiets en loop via de hal een gang door naar de receptie van de röntgenafdeling. Nadat ik me gemeld heb krijg ik een vragenlijst die ik in moet vullen en moet ondertekenen. Het houdt in dat ik verklaar kennisgenomen te hebben van het feit dat ik geen metalen delen op- of in mijn lichaam heb omdat dit de werking van het apparaat kan beïnvloeden. Waarom dat is wordt niet uitgelegd maar omdat ik me al een beetje verdiept heb in het principe en de werking van een MRI-scan weet ik dat er sprake is van bijzonder grote wisselende magnetische velden. Ik moet onwillekeurig denken aan vroeger wanneer we een fietsdynamo uit elkaar hadden gehaald om die leuke magneet eruit te halen waarmee je zulke leuke trucjes kon doen, dat op een bepaald moment, wanneer je het ding bij je horloge had gehouden, dat het klokje er spontaan mee ophield. Vandaar dat ik met die wetenschap thuis mijn horloge al had afgedaan.

Maar ik dwaal af!

Na de formaliteit die, realiseer ik me, wanneer je daar geen goede notie van genomen hebt, grote gevolgen kan hebben, word ik verzocht om aan het eind van de gang links door de klapdeuren op een stoel plaats te nemen en dan zou ik daar opgehaald worden.
“Door de klapdeuren” blijkt uit te komen in een hal waarop een aantal gangen uitkomt en waar zich het trappenhuis en een lift bevinden. Er komt hier van alles langs; personeel, patiënten, elektrische karretjes met wasgoed, noem maar op, zeg maar letterlijk het hart van het ziekenhuis.
Mensen kijken elkaar nieuwsgierig aan met een blik van; “waerom bin joe hier?” of “wat zou d’r an sgille”. Het ontbreekt er nog maar aan dat ze het niet vragen alhoewel dat ook wel voorkomt maar kennelijk is mijn blik zo afstandelijk dat dit mij niet gebeurd. Wanneer dit bij mede patiënten wel gebeurd dan volgt meestal in plat Flakkees en op luide toon of keihard gefluister een hele verhandeling over het ziektebeeld met alle ins- en outs en eigen gevolgtrekkingen. Mijn eigen conclusie voor dergelijk gedrag, wat ik overigens alleen in het ziekenhuis in Dirksland heb waargenomen, is dat men in ieder geval aandacht ervaart en men bij thuiskomst een smeuïg verhaal te vertellen heeft.

Maar ik dwaal af!

Er komt door de gang een mijnheer aangelopen die mijn naam roept. Hij kijkt me met een vlakke blik aan en verzoekt me met hem mee te gaan.

(zie verder Flashback 12, een aparte ervaring (vervolg).

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: