Archive | July, 2006

Bezoek aan opa

7 Jul

De klok achter me tegen de muur tikt oorverdovend de seconden weg.

Ik zit op een hoekkrukje, een laag stoeltje, met gedraaide pootjes en volg met mijn vingers de lijnen en rondingen van het hout. Soms stop ik in een vlaag van ongemakkelijkheid mijn handen met de handpalm naar beneden tussen de zitting en mijn bovenbenen. Dat geeft me een gevoel van veiligheid en geborgenheid.

Mijn vader zit rechts voor de tafel en praat, babbelt als enige in de kamer, verteld over alledaagse dingen en lacht geregeld om z’n eigen grappen.

Tegenover me zit een oude man, geheel in het zwart gekleed. Aan de leuning van de stoel waarop hij zit hangt een zwarte platte schipperspet, waarschijnlijk een overblijfsel van de klederdracht die toen soms nog gedragen werd. Naast hem staat een kwispedoor, een bak waarin regelmatig het sap van zijn tabakspruim wordt gespuugd.

De man kijkt in het niets, reageert niet op wat gezegd wordt, vraagt niets, lacht niet, lijkt gedachteloos, geeft geen blijk van belangstelling en geeft geen krimp.

Iedereen in de kamer schijnt het normaal te vinden dat er door de oude man niets gezegd wordt.

De oude man is mijn opa.

Er zijn nog een paar vrouwen, zusters van mijn vader, tantes van mij die vriendelijk naar me kijken, soms geïnteresseerd naar mijn vader kijken maar verder nauwelijks reageren of spreken. Ze gaan rustig hun weg, zetten koffie of thee en strijken regelmatig gedachteloos en onnodig het denkbeeldige stof op het dressoir weg of wrijven de vleug van de Perzische tafelkleed in de goede richting. Bezige handen die niet stil mogen liggen, altijd dienen te werken.

Ledigheid is des duivels oorkussen. Vrolijk zijn is ongepast en neigt naar het kwade. Spreken zul je vermijden want alles wat gezegd wordt kan zonde betekenen.

Vrolijk, blij zijn om het leven kan niet. Een mens heeft niets om blij voor- of over te mogen zijn, is ten allen tijde verdoemd en uitsluitend gerechtigd om nederig en verdrietig te zijn om het feit dat ze nooit zalig zullen worden.

Deze zin breng ik jaren later in verband met mijn opa en een deel van mijn familie na het lezen van het boek “Knielen op een bed violen” van de schrijver Jan Siebelink. Toen bleek dat mijn vader op dezelfde wijze tegen zijn vader aangekeken heeft als Jan Siebelink naar zijn vader die in het boek Hans Sieves genoemd wordt en dat ds. Poort uit het boek in werkelijkheid ds. Paauwe is geweest, een charismatische dominee, leider van een sektarische groep orthodoxen die een groot aantal preken geschreven heeft welke toen- en nu nog gelezen worden in thuis- kringen en bijeenkomsten.

Mijn vader maakt aanstalten om naar huis te gaan en ik sta opgelucht op van mijn krukje waarop ik me veilig voelde. Ik hoor de klok boven mijn hoofd nog steeds tikken maar durf niet naar boven te kijken, bang dat zelfs dit afkeurende blikken op zou kunnen leveren. De oude man heeft me tot nu toe nog steeds niet aangekeken en erger nog, zelfs niet tegen me gesproken.

We lopen de kamer uit, linksaf het gangetje in en komen vervolgens in de keuken. Het ruikt er naar chloor en te lang- gestoofd vlees en groente. De verf op het houtwerk wat aanvankelijk ooit blauw is geweest is, is op de randen en lijsten grotendeels verdwenen door het herhaaldelijk schuren en schrobben. De gladgestreken betonnen vloer in de bijkeuken is nog donker, vochtig van de zaterdaagse boenbeurt. Klompen staan fris geschuurd schuin tegen de muur te drogen.

Buiten gekomen schijnt de zon uitbundig en lijkt de moestuin omzoomt door strak geknipte elzen een paradijs.

Als hetgeen ik omschreven heb plaatsvindt ben ik hooguit 4 jaar oud.

Logeren

7 Jul

Het loopt tegen de avond. Donkere wolken ijlen in vliegende vaart boven het gors wat droog ligt door het eb tij. Het is donker dreigend weer. We wandelen zonder een doel boven over het zware dijklichaam wat bekleed is met teer en bitumen. Onder aan de dijk aan de kant van waar zich afhankelijk van het tij beurtelings water of slikken bevinden is in het schemer een rij vormeloze basaltblokken te onderscheiden. Daar tussen bevinden zich schelpdieren zoals alikrukels en kokkels en verder wier en allerlei andere zeegroente.

Aan de kant van het land is een strook gras waarop hier en daar schapen grazen.

“Kiek’es wat een buuje”; bauwt de grote jongen, met het grote arrogante hoofd van iemand die van zichzelf vindt dat er weinig op hem aan te merken valt, me na terwijl hij terloops naar de anderen kijkt om te zien of hij de lachers op z’n hand krijgt.

Ik zeg niets, voel me ongelukkig en vraag me af hoe het toch komt dat sommige mensen er van nature behagen in schijnen te scheppen om iemand belachelijk te maken.

Het is zaterdagavond en ik logeer al een paar dagen bij familie in een klein gehuchtje aan de zuidkant van het eiland.

Waar is dat voor?

Bovenop de dijk is op sommige plaatsen een grote witte stip met een donkere rand geverfd. 

Naïef als ik ben steek ik toch weer een keer mijn nek uit met het risico dat er weer iemand mijn vraag gebruikt om mij  belachelijk te maken of om zichzelf een superieur gevoel te geven.

Prompt reageert iemand met de onsterfelijke opmerking dat “hier heel grote meeuwen rondvliegen die soms wat laten vallen”. Gelukkig toch nog iemand met gevoel voor humor in dit onmogelijke gat.

We lopen langs een betonnen gebouw wat in de buurt van de dijk staat en wat vanaf de eerste dag dat ik hier ben mijn aandacht heeft getrokken. Het is vrij hoog, ik schat een meter of twintig en bestaat uit vierkante raamwerken van beton en voorzover ik het kan zien bevindt er zich geen glas in de ramen. Het lijkt op het eerste gezicht een staketsel, een open constructie en ik kan me niet herinneren dat ik iets dergelijks wel eens eerder gezien heb. Ik herken ook op geen enkele wijze wat het doel van dit bouwwerk zou kunnen zijn en wat nog vreemder is; zelfs mijn metgezel “de blaaskaak”  weet me niet te vertellen waar het hier om gaat. Vreemd dat je hier kunt wonen met een bijzonder object in de buurt zonder je af te vragen waar het voor zou kunnen dienen.

We slenteren terug naar de boerderij onderaan de dijk.

Thuisgekomen is mijn tante druk bezig met koken.

Hoe kan dat nou!?

We hebben toch tussen de middag al warm gegeten.

De volgende morgen sta ik op in de gelukkig makende wetenschap dat ik morgen, maandag dus,  weer naar huis ga.

Na het ontbijt wat wederom bestond uit zelf gebakken brood, kaantjes en stroopvet werden de stoelen in een kring gezet.

Mijn oom pakte, naar wat ik herkende als de Bijbel en nog een boekje wat niet dikker was dan een schrift en nam plaats in zijn grote fauteuil.

Kennelijk viel het op dat ik het geheel met stijgende verbazing zat te bekijken want mijn tante zie; “dit doen we elke zondag, dat zijn we zo gewend hier en zo hoor het”. Wat ze gewend waren en wat er zo hoorde moest ik kennelijk zelf maar bedenken.

Één van de nichtjes ging achter het harmonium zitten en er werd begonnen met het zingen van een psalm. Het windwerk van het bejaarde muziekinstrument zuchtte en piepte dat het een aard had en aan de, in hele noten, gezongen psalm leek geen eind te komen.

Na het zingen begon oom een stuk uit de Bijbel te lezen, kennelijk iets waarvan hij het hoofdstuk uit het schriftje had gehaald en na nog een psalm te hebben gezongen begon hij uit het boekje voor te lezen, eerst rustig en half mompelend maar naarmate hij op dreef kwam steeds luider en nadrukkelijker. Heimelijk keek ik naar het boekje en hoeveel bladzijden er nog te gaan waren. Zou het in z’n geheel gelezen worden? Na ongeveer drie kwartier bleek dat inderdaad het geval.

Toen er een eind gekomen was aan de litanie werd er langdurig en indringend gebeden waarbij aan me voorbij ging voor wie er gebeden werd maar waarbij me evenals bij de lezing uit het boekje duidelijk werd dat God wel heel boos op ons moest zijn en dat we vooral aan het idee moesten wennen dat iedereen die sterft sowieso in de hel terechtkomt.

Of je je best ervoor doet om dat te voorkomen telde kennelijk niet!?

Na nog een psalm te hebben gezongen gaf het harmonium als laatste en ik als eerste een diepe zucht van verlichting.

Het bleek dat de gebruikelijke wandeling over de dijk en langs het gors vandaag achterwege moest blijven. Iedereen zocht een plaatsje voor zichzelf en ging wat zitten lezen.

Niemand sprak!

Toen het etenstijd werd begreep ik waarom tante de avond daarvoor al zo druk in de weer was met koken. Het bleek dat hetgeen de vorige avond gekookt was nu alleen opgewarmd werd.

’s Avonds herhaalde zich het ritueel van afgelopen morgen.

De volgende dag, thuis aangekomen, vroeg ik aan mijn vader wat het staketsel onderaan de dijk zou kunnen zijn.

Het blijkt een radiobaken te zijn; een gebouw waarin een zender stond opgesteld die radiogolven uitzond om aan de overkomende vliegtuigen te laten weten waar ze zich bevinden.

Een wegwijzer voor vliegtuigen; kennelijk werkt het voor mensen niet en zoeken deze het in onduidelijke, onbegrijpelijke een moeilijk geschreven teksten.

Nog voorzichtiger worden!!

6 Jul

Een paar dagen geleden gebeurde het.

In de vorige log hebben jullie kunnen meebeleven hoe we ertoe kwamen op zoek te gaan naar een nieuwe huisgenoot, dus een poesje, en dat we hiervoor in Goedereede terecht waren gekomen.

Uiteraard had ik mijn fototoestel bij me en probeerde het, tussen de paardenhoofdstellen, krioelende grut op een goede manier op de foto te krijgen.

Ik ga door m’n knieën en draai een beetje krom naar rechts.

Kun je jezelf voorstellen; foto maken, goeie compositie. kaderen, diepte scherpte, krioelend grut, wel- of niet flitsen. Ik krijg een pijnscheut als een dolksteek door m’n rechterzijde vlak boven de onderste ribbenboog en denk; dat is mis!?

Ik probeer nog te doen alsof er niets aan de hand is, schaam me zoals altijd in dat soort situaties om aandacht te trekken maar Ria ziet dat er iets niet goed gaat.

Ik mompel, de pijn verbijtend iets van; "dit is niet goed".

Mevrouw, ook niet blind, ziet dat er iets niet goed is en vraagt onwetend van wat er werkelijk aan de hand is; ga je door je rug?

Na enige tijd gaat het weer en voel ik me toch aan de lieve mensen verplicht om uit te leggen wat volgens ons de oorzaak van de pijn is. Ze zien er onthutst uit en weten kennelijk niet hoe te reageren. Wij weten inmiddels hoe je aan dit soort ongemakkelijke situaties een draai geeft en ik vervolg nuchter met; goed, we kwamen voor de poesjes.

Na gisteren wat thuis gewerkt te hebben, ik was toch nog maar voor 50% arbeidsgeschikt gemeld, heb ik vanmorgen besloten toch mezelf weer volledig ziek te melden en heeft Ria een afspraak bij de huisarts gemaakt.

De doktersassistente begrijpt direct waar het om gaat en dat het volgens haar zinvol is om een röntgenfoto te laten maken. Dit is namelijk voor ons het dilemma; is er sprake van een botbreuk en is deze het gevolg van een z.g. Kahlerhaard dan ben ik verplicht contact op te nemen met de internist-oncoloog in het Ikazia ziekenhuis maar is het een botbreuk zonder Kahlerhaard of een kneuzing dan is het gewoon zaak om dit met rust te laten genezen.

Gelukkig blijkt na het maken van een aantal röntgenfoto’s in het van Weel-Bethesda ziekenhuis in Dirksland waar ik vanmorgen al direct terecht kon, dat sprake is van het laatste dus een kneuzing van de onderste ribbenboog.

Blij om het feit dat het relatief gezien gelukkig meevalt dringt na enige tijd toch door dat het kneuzen van botten bij mij tegenwoordig wel erg gemakkelijk gaat en blijkt dat voorzichtigheid de komende tijd nog meer geboden is.

Een vriendinnetje voor Mink

5 Jul

“Mieuw……..!?.” zegt ze vragend en even later, maar nu een stuk zieliger dan de eerste keer nog eens “mieuw……….!?”.

Miauw; dat lukt nog niet of ze praat in een andere, zelf bedachte poezentaal.

Ik ben in Rotterdam, in de Ruilstraat om Jan-Jaap op te halen die samen met z’n vriendin Mèleny voor een dag en een nacht meegaan naar Dirksland.

En Mink, de kitten die Jan-Jaap sinds een week of 6 heeft gaat mee. Ze zit in een reiskooitje wat speciaal gemaakt is voor poezen en vindt het allemaal heel spannend. Omdat Jan-Jaap op een bovenwoning op de 2de verdieping woont komt ze alleen maar buiten op het balkon en daar ziet ze nog niet veel en als je dan plotseling in zo’n vreemd huisje in een auto wordt gezet en je bent nog zo klein dan is dat best spannend.

Ze zit samen met Mèleny op de achterbank en “mieuwt” dat het een lieve lust heeft, dan weer zielig en dan weer vragend.

Zodra Jan-Jaap in haar richting iets zegt praat ze heel verdrietig terug.

In Dirksland aangekomen wordt haar de vrijheid teruggegeven en nadat de buitendeuren dicht gedaan zijn mag ze los door het huis rondlopen. En beetje bibberend en shakend van de stress, spanning en emoties begint ze haar tocht door de kamer en ontdekt steeds weer nieuwe, mooie, leuke en spannende zaken waar ze het bestaan niet van wist maar die zeker de moeite van het onderzoeken waard zijn.

En wij? Wij genieten van dat klein wezentje, zijn verrast bij elke beweging en geluid en vertederd van het prille enthousiasme waarmee ze achter haar speelmuizen aanzit en alles bekijkt en onderzoekt.

Jan-Jaap en Mèleny gaan ’s avonds uit en wij passen op. Ria heeft van de buurvrouw een mand gekregen met een kussen er in en wij hadden bedacht dat die mooi dienst zou kunnen doen als poezenbedje maar volgens J-J zal dat wel niet lukken. Zolang je tevreden in slaap kunt vallen, opgekruld rond een Senseo koffiezetter heb je nog geen weet van lekkere zachte poezenbedjes die speciaal en met liefde gereed worden gemaakt door een moeder die ervaring heeft met mensenkinderen in plaats van poezenkinderen.

Toch vindt Mink later op de avond de mand en besluit om daar in ieder geval maar eens een dutje te doen. Wat ze later in de bijkeuken heeft gedaan en of ze toch, na aanvankelijk een plaatsje achter een kast te hebben uitgekozen, nog in de mand is gaan liggen weten wij niet.

De volgende morgen blijkt ze inmiddels zo aanhankelijk geworden dat ze toelaat dat wij haar aanhalen en oppakken en vindt ze het heerlijk om tegen Ria aan te liggen en een dutje te doen of uitgebreid te gaan liggen spinnen.

Jullie zullen inmiddels begrijpen dat we helemaal verknocht zijn aan het beestje en besluiten om eens voorzichtig rond te kijken of wij ook zo’n “leuke Mink” als huisgenoot kunnen vinden.

Ria heeft poezen altijd wel leuk gevonden maar ik ben nooit een poezenmens geweest en stootte ze daardoor juist af maar sinds vorig weekend ligt dat zeker wel anders en sta ik er wel voor open.

Inmiddels zijn we een week verder en hebben we tot gisteren wat rondgevraagd en op internet gekeken maar daar kom je niet veel verder mee. Belangrijk vinden wij wel dat je voor de juiste opvoeding, benadering en verzorging van zo’n beestje goed geïnformeerd bent maar daar blijkt internet ook weer een onuitputtelijke bron van informatie voor te zijn.

Gisteren belde Ria “Ouddorp” op met de mededeling dat haar dochter die in een soort dieren- en voer winkel werkt dat er op een prikbord een adres in de buurt van Goedereede werd opgegeven waar een nest kittens was geboren die een week 5 waren en waar een baasje voor gezocht werd.

Na wat getwijfeld te hebben heeft Ria gebeld en bleek er een reuze aardige mevrouw aan de telefoon te komen waarmee we afspraken dat we gelijk langs zouden komen.

Het adres was ergens in de polder maar onze TomTom (geen poes, alhoewel….. een poes zou ook wel het richting gevoel van een GPS kunnen hebben) wees ons weer feilloos de weg en we kwamen aan op een vriendelijk ogend boerenspulletje waarvan de schuur vol stond met paardenrijtuigen.

De eigenaar kwam al direct naar ons toe en begon een heel praatje over wat hij deed en wat het nut en doel van de rijtuigen was maar we kwamen voor de kittens dus mevrouw werd erbij gehaald.

In een z.g. paardentuig kamer stond een mand met kennelijk de moederpoes en lag een stapel zadeltuig waarop een 4-tal kleine poesjes rond- en over elkaar dartelden. De moederpoes was een cyperse kat en was een week voor de bevalling dus nu 6 weken geleden bij de familie aan komen wandelen. 5 weken geleden is ze bevallen en bleek de vader een witte kater geweest te zijn want de kroost varieerde in kleur van vrijwel geheel cypers (tijger) naar bont- cypers en wit of wit en cypers. Het waren allemaal vrouwtjes.

De moederpoes bleek een heel rustige ouder te zijn die het helemaal goed vond dat haar kleintjes in handen van vreemde mensen gegeven werden dus de mevrouw duwde ons allebei zo’n kleintje in handen.

Van de poesjes bleken er qua uiterlijk 2 veel op Minkje te lijken dus die keuze was niet zo moeilijk. Maar welke van de 2 neem je dan!? Nou goed, dan maar het gevoel en zo werd de kitten met de lange cyperse kuif de uitverkorene.

Over 2 weken kunnen we haar halen.

Zo heeft Mink wanneer ze weer komt logeren, en we hopen dat dat weer vlug het geval is want dan zijn Jan-Jaap en Mèleny ook weer gezellig bij ons rond de deur, een vriendinnetje.

En nu nog een naam!?