Logeren

7 Jul

Het loopt tegen de avond. Donkere wolken ijlen in vliegende vaart boven het gors wat droog ligt door het eb tij. Het is donker dreigend weer. We wandelen zonder een doel boven over het zware dijklichaam wat bekleed is met teer en bitumen. Onder aan de dijk aan de kant van waar zich afhankelijk van het tij beurtelings water of slikken bevinden is in het schemer een rij vormeloze basaltblokken te onderscheiden. Daar tussen bevinden zich schelpdieren zoals alikrukels en kokkels en verder wier en allerlei andere zeegroente.

Aan de kant van het land is een strook gras waarop hier en daar schapen grazen.

“Kiek’es wat een buuje”; bauwt de grote jongen, met het grote arrogante hoofd van iemand die van zichzelf vindt dat er weinig op hem aan te merken valt, me na terwijl hij terloops naar de anderen kijkt om te zien of hij de lachers op z’n hand krijgt.

Ik zeg niets, voel me ongelukkig en vraag me af hoe het toch komt dat sommige mensen er van nature behagen in schijnen te scheppen om iemand belachelijk te maken.

Het is zaterdagavond en ik logeer al een paar dagen bij familie in een klein gehuchtje aan de zuidkant van het eiland.

Waar is dat voor?

Bovenop de dijk is op sommige plaatsen een grote witte stip met een donkere rand geverfd. 

Naïef als ik ben steek ik toch weer een keer mijn nek uit met het risico dat er weer iemand mijn vraag gebruikt om mij  belachelijk te maken of om zichzelf een superieur gevoel te geven.

Prompt reageert iemand met de onsterfelijke opmerking dat “hier heel grote meeuwen rondvliegen die soms wat laten vallen”. Gelukkig toch nog iemand met gevoel voor humor in dit onmogelijke gat.

We lopen langs een betonnen gebouw wat in de buurt van de dijk staat en wat vanaf de eerste dag dat ik hier ben mijn aandacht heeft getrokken. Het is vrij hoog, ik schat een meter of twintig en bestaat uit vierkante raamwerken van beton en voorzover ik het kan zien bevindt er zich geen glas in de ramen. Het lijkt op het eerste gezicht een staketsel, een open constructie en ik kan me niet herinneren dat ik iets dergelijks wel eens eerder gezien heb. Ik herken ook op geen enkele wijze wat het doel van dit bouwwerk zou kunnen zijn en wat nog vreemder is; zelfs mijn metgezel “de blaaskaak”  weet me niet te vertellen waar het hier om gaat. Vreemd dat je hier kunt wonen met een bijzonder object in de buurt zonder je af te vragen waar het voor zou kunnen dienen.

We slenteren terug naar de boerderij onderaan de dijk.

Thuisgekomen is mijn tante druk bezig met koken.

Hoe kan dat nou!?

We hebben toch tussen de middag al warm gegeten.

De volgende morgen sta ik op in de gelukkig makende wetenschap dat ik morgen, maandag dus,  weer naar huis ga.

Na het ontbijt wat wederom bestond uit zelf gebakken brood, kaantjes en stroopvet werden de stoelen in een kring gezet.

Mijn oom pakte, naar wat ik herkende als de Bijbel en nog een boekje wat niet dikker was dan een schrift en nam plaats in zijn grote fauteuil.

Kennelijk viel het op dat ik het geheel met stijgende verbazing zat te bekijken want mijn tante zie; “dit doen we elke zondag, dat zijn we zo gewend hier en zo hoor het”. Wat ze gewend waren en wat er zo hoorde moest ik kennelijk zelf maar bedenken.

Één van de nichtjes ging achter het harmonium zitten en er werd begonnen met het zingen van een psalm. Het windwerk van het bejaarde muziekinstrument zuchtte en piepte dat het een aard had en aan de, in hele noten, gezongen psalm leek geen eind te komen.

Na het zingen begon oom een stuk uit de Bijbel te lezen, kennelijk iets waarvan hij het hoofdstuk uit het schriftje had gehaald en na nog een psalm te hebben gezongen begon hij uit het boekje voor te lezen, eerst rustig en half mompelend maar naarmate hij op dreef kwam steeds luider en nadrukkelijker. Heimelijk keek ik naar het boekje en hoeveel bladzijden er nog te gaan waren. Zou het in z’n geheel gelezen worden? Na ongeveer drie kwartier bleek dat inderdaad het geval.

Toen er een eind gekomen was aan de litanie werd er langdurig en indringend gebeden waarbij aan me voorbij ging voor wie er gebeden werd maar waarbij me evenals bij de lezing uit het boekje duidelijk werd dat God wel heel boos op ons moest zijn en dat we vooral aan het idee moesten wennen dat iedereen die sterft sowieso in de hel terechtkomt.

Of je je best ervoor doet om dat te voorkomen telde kennelijk niet!?

Na nog een psalm te hebben gezongen gaf het harmonium als laatste en ik als eerste een diepe zucht van verlichting.

Het bleek dat de gebruikelijke wandeling over de dijk en langs het gors vandaag achterwege moest blijven. Iedereen zocht een plaatsje voor zichzelf en ging wat zitten lezen.

Niemand sprak!

Toen het etenstijd werd begreep ik waarom tante de avond daarvoor al zo druk in de weer was met koken. Het bleek dat hetgeen de vorige avond gekookt was nu alleen opgewarmd werd.

’s Avonds herhaalde zich het ritueel van afgelopen morgen.

De volgende dag, thuis aangekomen, vroeg ik aan mijn vader wat het staketsel onderaan de dijk zou kunnen zijn.

Het blijkt een radiobaken te zijn; een gebouw waarin een zender stond opgesteld die radiogolven uitzond om aan de overkomende vliegtuigen te laten weten waar ze zich bevinden.

Een wegwijzer voor vliegtuigen; kennelijk werkt het voor mensen niet en zoeken deze het in onduidelijke, onbegrijpelijke een moeilijk geschreven teksten.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: