Autologe en/of allogene stamceltransplantatie

5 Apr

Ik realiseer me dat de bezoekers, die met deze web-log “meegegroeid” zijn, de terminologie betreffende de ziekte van Kahler nog wel kunnen volgen maar de bezoekers die hier maar sinds kort komen zal het wel duizelen.

Daarom wil ik e.e.a. meer duidelijk maken. Ik heb het hier dan uitsluitend over de ziekte van Kahler want behandelingen in geval van b.v. Non Hodgkin of leukemie lijken op elkaar maar zijn toch wezenlijk anders.

Het doel van behandelingen is het bereiken van een “complete remissie”. Verschillende studies wijzen erop dat de patiënten die een complete remissie bereiken, de beste ziektevrije overleving hebben. Complete remissie betekent dat met gevoelige testen op het serum van bloed en/of in de urine geen afwijkende cellen meer kunnen worden aangetoond.

Een complete remissie wordt bereikt bij 24-75% van de patiënten bij transplantatie als deel van een frontlijnbehandeling. Minstens een partiële remissie wordt bereikt bij 75-90% van de patiënten.

Dit betekent evenwel nog niet dat alle zieke cellen zijn uitgeroeid. Er zijn immers nog gevoeligere testen ontwikkeld, die men moleculaire testen noemt. Deze testen kunnen tot 1 zieke cel op 1 miljoen cellen detecteren. Meestal vindt men na een autologe transplantatie nog positieve resultaten, d.w.z. afwijkende cellen. Dit betekent dat ondanks de hoge dosis-therapie de ziekte niet volledig is uitgeroeid doch enkel onderdrukt en dat de patiënten een risico lopen op een (later) herval. Dit is in tegenstelling tot de allogene transplantatie waarbij gebruik gemaakt is van stamcellen van een donor. Bij dit type transplantatie kunnen deze moleculaire testen immers bij een groter aantal van de patiënten geen enkele zieke cel meer aantonen.

Uit meerdere studies blijkt dat een complete remissie nodig is om een langdurige overleving te bewerkstelligen.

Belangrijk bij de behandelingen zijn dus de transplantaties. Die kunnen, zoals al aangegeven, gebeuren met stamcellen van een donor of van de patiënt zelf. Transplantatie met stamcellen van een donor wordt een allogene stamceltransplantatie genoemd (denk maar aan allochtoon dus vreemdeling…….donor) en transplantatie met stamcellen van de patiënt zelf heet een autologe stamceltransplantatie (denk maar aan autochtoon dus eigen…….).

Er is een belangrijk verschil tussen een autologe- en een allogene transplantatie.

Autologe stamceltransplantatie

De autologe stamceltransplantatie is een ondersteunende transplantatie. Bij deze transplantatie wordt middels een hoge dosis chemo het beenmerg en daarmee de kwaadaardige Kahlercellen vrijwel volledig afgebroken. Dit betekent feitelijk op het moment dat de patiënt deze hoge dosis cytostatica (chemo) heeft gehad dat verder leven niet mogelijk is. Daarom worden de eerder afgenomen stamcellen van de patiënt zelf terug gebracht in het bloed waarna deze zich via de bloedbaan in het bot nestelen om daarna op een bepaald moment weer beenmerg aan te gaan maken. Het duurt 2 tot 3 weken tot het moment dat de stamcellen voldoende beenmerg hebben aangemaakt waardoor de productie van bloed weer op een acceptabel niveau is.

Allogene stamceltransplantatie

Een minitransplantatie is feitelijk een allogene transplantatie waarbij stamcellen van een donor worden teruggezet bij de patiënt met de ziekte van Kahler. Daarmee is het een werkelijke transplantatie waardoor de laatste Kahlercel definitief opgeruimd kan worden.

Bij een minitransplantatie gaat men ervan uit dat de hoge dosis therapie met cytostatica die vroeger werd toegediend bij een allogene transplantatie, toch niet in staat was de ziekte uit te roeien wat trouwens blijkt uit het grote aantal recidieven dat zich ook na da allogene transplantatie voordoet. Deze hoge dosis cytostatica was overigens wel verantwoordelijk voor een groot deel van de complicaties. Anderzijds is het vooral het antimyeloma-effect van de T-cellen (lymfocyten welke onderdeel zijn van de witte bloedcellen) wat verantwoordelijk is voor het uitroeien cq. onderdrukken van de ziekte.

Om deze reden gaat men de voorbereidende chemo- of radiotherapie die toegediend wordt bij de patiënt (ontvanger), voor toediening van de stamcellen van de donor aan de patiënt, sterk afzwakken. Het doel van de voorbereiding is dan niet langer de ziekte uit te roeien, doch wel de afweersystemen van de patiënt maximaal te onderdrukken zodat de vreemde cellen van de donor niet worden afgestoten. De behandeling bestaat dan meestal uit Fludarabine in combinatie met een lichte dosis chemotherapie ofwel een lichte dosis lichaamsbestraling. Na de transplantatie rekent men dan op de activiteit van de donor T-cellen om het gewenste graft-versus-myeloma effetct op te wekken en de ziekte uit te roeien. Soms gaat men hierbij op bepaalde tijdstippen na de transplantatie volgens een vooraf bepaald plan donorlymfocyten toedienen.

De huidige studies tonen aan dat de complicaties en de transplant-mortaliteit met niet-myeloablatieve allogene transplantatie (minitransplantatie) lager zijn in vergelijking met de conventionele allogene transplantatie. Naargelang de studie is er toch nog steeds sprake van een vrij ernstige graft-versus-host disease. Dit is de afstoting van het afweersysteem van de donor t.o.v. dit van de ontvanger (patiënt).

“Graft versus host” disease

“Transplantaat tegen gastheer” ziekte ofwel “graft versus host diseas”, is een ziekte die kan ontstaan na een allogene stamceltransplantatie. Ieder mens zijn eigen identieke eiwitmoleculen op zijn cellen zitten. Hiermee is het afweersysteem eveneens identiek. Het afweersysteem van een persoon zou in het lichaam van een ander niet kunnen fungeren, het zou er immers toe neigen alle cellen aan te vallen. En dat is inderdaad wat bij allogene stamceltransplantatie gebeurt. We doneren het afweersysteem van iemand met een ander lichaam aan een patiënt met andere oppervlakte moleculen. Vanzelfsprekend is dit niet het geval bij autologe stamceltransplantatie (transplantatie van patiënt naar zichzelf), waarbij deze ziekte dan ook niet optreedt.

Restrictie

Let wel dat hetgeen ik hier geschreven heb gebaseerd is op zelfstudie en weliswaar met de grootste zorgvuldigheid heb weergegeven maar ik ben- en blijf leek dus mogen aan hetgeen ik heb geproduceerd heb geen vergaande conclusies verbonden worden. Zijn er mensen, lotgenoten of anderszins die iets te verbeteren of toe te voegen hebben dan verneem ik dat graag!

Advertisements

3 Responses to “Autologe en/of allogene stamceltransplantatie”

  1. Fam. de geus April 10, 2007 at 7:00 pm #

    Hoi,
    Kwam per toeval op jullie weblog en wij willen jullie voor as woensdag heel veel sterkte en kracht toewensen en hopen op een goed herstel.
    Fam. de Geus

  2. cok van leeuwen November 4, 2009 at 8:38 pm #

    hallo mede kahlers kwam ook toevallig op deze side.
    heb nu voor de 2e keer kahler,ga nu behandeld worden met velcade.
    1e keer waren er geen donoren en fam afgewezen.
    als het goed is heb ik nu wel 2 doneren op de wereldbank.
    heb kahler sinds 2007
    gr cok

  3. martin March 25, 2010 at 11:09 pm #

    hallo allemaal, ik vond deze blog in het ziekenhuis waar ik de allogene transplantatie pas heb ondergaan en dus nog steeds opgenomen ben, vanaf de dag na de transplantatie (stamcellen zijn met vliegtuig gehaald))heb ik me niet meer slecht gevoeld en kan gewoon eten dus valt het mij mee, nare bijverschijnselen kunnen later pas optreden, hopelijk valt het mee en ben ik van de kahler af, bedankt Jaap voor je info

    groeten Martin

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: